Eendraadschema laadpaal nodig voor de keuring? Lees wat erop moet staan, welke beveiligingen tellen en waar keurders in Vlaanderen op letten. Een laadpunt is geen gewoon stopcontact: het vraagt een correcte kring, aangepaste differentieelbeveiliging en een duidelijk schema volgens het AREI.
Vraag hier je gratis offerte aan
Wat is een eendraadschema laadpaal precies?
Een eendraadschema laadpaal is de schematische voorstelling van de elektrische kring waarop je laadpunt is aangesloten. Het toont niet elke fysieke draad apart, maar wel de opbouw van de installatie: teller, verdeelbord, differentieel, automaat, kabelsectie, type kabel, laadpunt en eventuele sturing zoals load balancing.
Bij een elektrische keuring kijkt de keurder niet alleen naar het laadstation zelf. Hij controleert of de beveiligingen passen bij het laadvermogen, of de kabel correct gedimensioneerd is en of de kring duidelijk terug te vinden is in het schema. Een onvolledig schema is een van de meest voorkomende redenen waarom een keuring vertraging oploopt.
Wie een laadpunt laat plaatsen door een vakman, krijgt normaal ook een aangepast eendraadschema en situatieschema. Bij Mirage Energy hoort die technische voorbereiding bij een correcte plaatsing van een laadpaal thuis, omdat het laadpunt pas echt klaar is wanneer ook de keuring in orde is.
Waarom is het eendraadschema nodig bij de keuring?
In België valt een laadpaal onder de regels van het AREI. Zodra er een nieuwe elektrische kring bijkomt of een bestaande kring wordt aangepast, moet de installatie gekeurd worden. De keurder heeft daarvoor twee documenten nodig: het eendraadschema en het situatieschema.
Het eendraadschema bewijst hoe de laadpaal elektrisch beveiligd is. Denk aan een aparte automaat van bijvoorbeeld 20 A, 25 A of 32 A, afhankelijk van het laadvermogen, en aan de juiste differentieelbeveiliging. Bij veel laadpunten is een differentieel type A met 6 mA DC-detectie in de laadpaal voldoende, maar bij andere toestellen kan een type B vereist zijn. Dat staat in de technische fiche van de fabrikant.
Zonder schema kan de keurder niet nagaan of de kring veilig is opgebouwd. Zelfs wanneer alles netjes geplaatst is, krijg je dan meestal geen positief keuringsverslag. In de praktijk betekent dat: extra administratie, een tweede keuringsafspraak en vaak 150 tot 250 euro bijkomende kosten.
- Nieuwe laadkring geplaatst: keuring verplicht.
- Bestaande kring aangepast voor een laadpunt: keuring verplicht.
- Alleen een mobiel laden via bestaand stopcontact zonder aanpassing: meestal geen aparte keuring, maar technisch zelden ideaal voor dagelijks laden.
Wat moet er op het schema staan?
Een degelijk eendraadschema vermeldt per kring de automaat, de kabelsectie, het aantal geleiders, het type leiding en de bestemming van de kring. Voor een laadpaal staat er dus niet gewoon ‘garage’ of ‘buitenstopcontact’, maar duidelijk ‘laadpunt EV’ of ‘laadpaal’.
Bij een eenfasige laadpaal van 7,4 kW zie je vaak een kring met 3G6 mm² en een automaat van 32 A, op voorwaarde dat de aansluiting en kabellengte dat toelaten. Bij een driefasige laadpaal van 11 kW wordt vaak 5G6 mm² gebruikt met een automaat van 16 A. Voor 22 kW kan 32 A driefasig nodig zijn, maar dat is in particuliere woningen niet altijd haalbaar door de netaansluiting.
De kabelsectie hangt niet alleen af van het vermogen. Kabellengte, plaatsingswijze, spanningsval en omgevingstemperatuur spelen mee. Een laadpaal achteraan op de oprit op 35 meter van het bord vraagt soms een zwaardere kabel dan dezelfde laadpaal vlak naast de meterkast.
- Identificatie van de kring, bijvoorbeeld EV1 of laadpaal oprit.
- Type automaat en nominale stroomsterkte, bijvoorbeeld C20, C25 of C32.
- Differentieelbeveiliging, inclusief type A, type B of DC-detectie.
- Kabeltype en sectie, bijvoorbeeld XVB 5G6 mm².
- Aanduiding van eenfasige of driefasige aansluiting.
Veelgemaakte fouten in een eendraadschema voor een laadpaal
De fout die we het vaakst zien, is een schema dat niet overeenkomt met de echte installatie. Op papier staat bijvoorbeeld een 5G6 mm²-kabel, terwijl er in werkelijkheid 5G2,5 mm² ligt. Een keurder merkt dat snel op, zeker bij laadpalen waar de kabel zichtbaar uit de muur of grondbuis komt.
Een tweede klassieker is een ontbrekende of foutieve differentieel. Elektrische wagens kunnen een gelijkstroomlek veroorzaken. Daarom moet de installatie beschermd zijn tegen DC-lekstromen. Sommige laadstations hebben ingebouwde 6 mA DC-detectie, andere niet. Dat verschil moet correct verwerkt worden in het schema.
Ook load balancing wordt vaak vergeten. Bij dynamische load balancing meet een meetmodule het totale verbruik in de woning en verlaagt de laadstroom wanneer de kookplaat, warmtepomp of oven veel vermogen vraagt. Die meetmodule hoort niet altijd als aparte kring op het schema, maar de sturing en voeding moeten wel logisch terug te vinden zijn.
Laadpaal combineren met zonnepanelen of thuisbatterij
Een laadpaal werkt technisch los van zonnepanelen, maar in de praktijk worden beide vaak samen bekeken. Wie overdag thuis kan laden, haalt meer uit zijn eigen stroom. Bij een installatie met zonnepanelen voor particulieren is het nuttig om te kijken of de laadpaal slim kan sturen op zonne-overschot.
Het eendraadschema moet dan duidelijk blijven. De zonnepanelenkring, omvormer, productiemeter indien aanwezig, laadpaal en eventuele energiemeter voor load balancing moeten correct benoemd zijn. Niet omdat het schema mooi moet ogen, maar omdat een technicus later snel moet begrijpen hoe de installatie is opgebouwd.
Ook een thuisbatterij verandert de elektrische logica in het bord. Sommige batterijsystemen werken AC-gekoppeld, andere DC-gekoppeld via de omvormer. Voor de laadpaal is vooral belangrijk hoe de energiemeting gebeurt en welke toestellen voorrang krijgen bij beperkte aansluiting.
Particulier of zakelijk: maakt dat verschil voor het schema?
De basis blijft dezelfde: elke laadkring moet veilig en duidelijk op het eendraadschema staan. Bij zakelijke installaties komen er wel sneller meerdere laadpunten, grotere vermogens en een complexere verdeling bij. Denk aan een onderverdeelbord op een parking, kabeltrajecten van 50 tot 100 meter en meerdere gebruikersprofielen.
Voor een bedrijf met meerdere voertuigen is het schema vaak gekoppeld aan een bredere studie van het beschikbare vermogen. Bij zakelijke laadpalen wordt load balancing bijna standaard meegenomen, omdat piekverbruik rechtstreeks kan wegen op de energiefactuur.
Bij particulieren draait het vaker rond de vraag: kan mijn bestaande aansluiting dit aan? Een woning met 1x40 A heeft andere grenzen dan een aansluiting van 3x400 V + N op 25 A. Soms is een laadpaal van 11 kW technisch mogelijk, maar is 7,4 kW of dynamisch gestuurd laden verstandiger.
Wie mag een eendraadschema voor een laadpaal opmaken?
Je mag als eigenaar zelf een eendraadschema tekenen, zolang het correct is en overeenkomt met de installatie. In de praktijk is dat niet altijd eenvoudig. Je moet de symbolen kennen, de beveiligingen juist benoemen en de werkelijke kabelsecties en kringen kunnen controleren.
Een installateur die de laadpaal plaatst, kan het schema aanpassen op basis van de uitgevoerde werken. Dat voorkomt discussies bij de keuring. Bij oudere woningen komen we geregeld borden tegen waar de bestaande nummering niet klopt of waar kringen ooit zijn uitgebreid zonder aanpassing van het schema.
Laat je een laadpunt plaatsen en wil je meteen weten wat technisch mogelijk is in jouw woning, dan kan je via een offerte voor je installatie ook laten nakijken of je verdeelbord, aansluiting en keuring klaar zijn voor elektrisch laden.
Veelgestelde vragen
Is een eendraadschema verplicht voor een laadpaal?
Ja, zodra er een nieuwe kring wordt geplaatst of de elektrische installatie wordt aangepast voor de laadpaal, is een keuring verplicht. Voor die keuring heb je een aangepast eendraadschema en situatieschema nodig.
Wat kost een eendraadschema voor een laadpaal laten maken?
Als het schema enkel moet worden aangepast na plaatsing van één laadpaal, ligt de kost vaak tussen 100 en 250 euro. Moet de volledige elektrische installatie eerst worden uitgetekend omdat oude schema’s ontbreken, dan kan dat oplopen tot 300 à 600 euro, afhankelijk van de woning.
Kan ik zelf een eendraadschema voor mijn laadpaal tekenen?
Dat mag, maar het schema moet technisch correct zijn. Je moet onder meer de juiste symbolen, automaten, differentiëlen, kabelsecties en kringnummers gebruiken. Bij twijfel laat je het beter controleren door de installateur of een elektricien, want een fout schema kan leiden tot een afgekeurde installatie.
Welke differentieel moet op het eendraadschema bij een laadpaal staan?
Dat hangt af van de laadpaal. Veel moderne laadpunten hebben ingebouwde 6 mA DC-detectie en kunnen achter een differentieel type A geplaatst worden. Zonder die detectie kan een type B nodig zijn. De technische fiche van de laadpaal en de AREI-regels bepalen wat correct is.
Moet een laadpaal altijd op een aparte kring staan?
In de praktijk wel. Een laadpaal vraagt een eigen beveiligde kring, afgestemd op het vermogen en de kabelsectie. Dagelijks laden via een gedeeld stopcontactcircuit is technisch geen goede oplossing en wordt bij vaste laadpunten niet als correcte installatie beschouwd.
Wat is het verschil tussen een eendraadschema en een situatieschema?
Het eendraadschema toont hoe de elektrische kringen technisch zijn opgebouwd. Het situatieschema toont waar stopcontacten, schakelaars, verdeelborden en de laadpaal zich fysiek bevinden in of rond de woning. Voor de keuring heb je beide nodig.
Een correct eendraadschema voor je laadpaal voorkomt discussie bij de keuring en geeft later houvast bij uitbreidingen met zonnepanelen, batterijopslag of extra laadpunten. Laat je laadpaal daarom niet alleen elektrisch juist aansluiten, maar zorg ook dat het schema, de beveiligingen en de keuring vanaf het begin kloppen.
Vraag hier je gratis offerte aan
Gratis advies
Klaar om te besparen?
Vraag een gratis, vrijblijvende offerte aan. Antwoord binnen 24u door een RESCERT-gecertificeerde expert.
Gratis offerte aanvragen
